Berichten gepost in juni 2010

30
juni
1960

Lumumba spreekt redevoering uit die België hem nooit zal vergeven

30 juni 1960. Congo wordt onafhankelijk. De eerste premier van Congo, Patrice Lumumba, spreekt een redevoering uit die het officiële België hem nooit zal vergeven.

Na de volksopstand van 4 januari 1959 beloofde België bij monde van koning Boudewijn Congo een snelle onafhankelijkheid. Brussel hoopte via de verkiezingen van mei 1960 Congolese politici aan de macht te brengen die trouw de koloniale belangen zouden blijven behartigen. Helaas. Het is de alliantie van nationalistische partijen rond Patrice Eméry Lumumba die de meerderheid in de Kamer (71 zetels van de 137) haalt. In de Senaat komt de lumumbistische alliantie 2 zetels te kort voor een absolute meerderheid. De belangrijkste reden: de door de Belgen ontworpen kieswet bepaalt dat 23 van de 84 senaatszitjes voorbehouden zijn aan de traditionele chefs die al decennialang collaboreerden met de kolonisator. Lumumba is verplicht een coalitieregering te aanvaarden. Zijn rivaal Joseph Kasavubu – een Belgenvriend – wordt president, Lumumba eerste minister.

Tijdens de officiële plechtigheid van de onafhankelijkheidsverklaring waren slechts twee sprekers voorzien: koning Boudewijn en president Kasavubu.

Op 29 juni, op de vooravond van de plechtigheid, krijgt Lumumba hun teksten te lezen. Hij ergert zich aan de paternalistische toon die koning Boudewijn aanslaat en aan de lakeienmentalitiet van Kasavubu. Hij besluit om ’s anderendaags het protocol aan zijn laars te lappen en zelf ook een toespraak te houden.

Nooit werd de confrontatie tussen onderdrukte en onderdrukker scherper geformuleerd. Nooit eerder had een Afrikaan tachtig jaar terreur, uitbuiting en vernedering zo krachtig samengevat.

Voor Boudewijn, de koning der Belgen, was de onafhankelijkheid van Congo “de bekroning van het werk dat door het genie van koning Leopold II werd bedacht”. En Leopold II vatte dat werk aan “met volhardende moed, een werk dat later met overtuiging door België werd verder gezet. (…) Afrika en Europa vullen elkaar wederzijds aan (…).”

“Op het moment dat Congo zelfstandig zijn eigen levenswijze kiest, wens ik dat het Congolese volk het geheel van onze gemeenschappelijke geestelijke, morele en religieuze waarden mag bewaren en ontwikkelen,” aldus Boudewijn. Lumumba zag de koloniale realiteit heel anders. Hieronder publiceren we de tekst van zijn memorabele toespraak.

“Wij zijn trots dat we die strijd met tranen, vuur en bloed gestreden hebben”

Mannen en vrouwen van Congo, strijders van de vrijheid die we vandaag winnen, in naam van de Congolese regering groet ik u.

Aan jullie allemaal, beste vrienden, die onvermoeibaar aan onze zijde hebben gestreden, vraag ik om van deze 30 juni 1960, een onvergetelijke dag te maken die jullie onuitwisbaar in jullie harten zullen graveren, een datum waarvan u met fierheid aan uw kinderen de betekenis zult leren.

Geen Congolees die naam waardig zal ooit kunnen vergeten dat we deze onafhankelijkheid enkel door de strijd hebben veroverd, een strijd van alle dag, vurig en vol van idealen, een volgehouden strijd die ons ontberingen, lijden en ons bloed kostte.

Tot in het diepst van ons hart zijn we trots dat we die strijd met tranen, vuur en bloed gestreden hebben. Want die strijd was nobel, rechtvaardig en onontbeerlijk om een einde te maken aan de vernederende slavernij die ons met geweld was opgelegd.

Dit was ons lot gedurende tachtig jaar koloniaal regime, onze wonden zijn nog te vers en te pijnlijk om ze uit ons geheugen weg te wissen. Wij hebben dwangarbeid gekend in ruil voor lonen die veel te laag waren om voldoende te kunnen eten, ons waardig te kleden of te wonen of om onze kinderen als dierbaren te kunnen opvoeden.

Wij hebben spot, beledigingen, slagen gekend die we ‘s ochtends, ‘s middags en ‘s avonds moesten ondergaan, omdat wij ‘negers’ waren. Wij zijn getuige geweest van het afschuwelijke lijden van degenen die veroordeeld waren voor hun politieke standpunten of godsdienstige overtuigingen: verbannen in hun eigen land was hun lot nog slechter dan de dood.

Wij hebben gezien dat er in de steden prachtige huizen voor de blanken waren en bouwvallige barakken voor de zwarten.

Wie zal ooit de slachtingen vergeten waarbij zo velen van onze broeders omkwamen, de cellen waarin degenen werden geworpen die weigerden zich aan een regime van onderdrukking en uitbuiting te onderwerpen. Wij, die in ons hart en met ons lijf geleden hebben onder de koloniale onderdrukking, wij zeggen nu luid en duidelijk: dat alles is voortaan gedaan!

De Congolese republiek is afgekondigd en ons land is nu in de handen van haar eigen kinderen. Samen, broeders en zusters, beginnen wij een nieuwe strijd, een verheven strijd die ons vrede, welvaart en aanzien zal brengen.

Samen zullen wij sociale rechtvaardigheid vestigen en ervoor zorgen dat iedereen een rechtvaardige vergoeding voor zijn arbeid ontvangt. Wij zullen de wereld tonen wat de zwarte man kan realiseren wanneer hij in vrijheid kan werken, en wij zullen van Congo het stralend voorbeeld voor heel Afrika maken.

Wij zullen erop toezien dat de landerijen van ons land werkelijk ten goede komen aan de kinderen van de natie. Wij zullen al die oude wetten herbekijken en er nieuwe maken, die rechtvaardig en nobel zullen zijn.

En daarom, mijn beste landgenoten, wees er zeker van dat we niet alleen kunnen rekenen op onze enorme krachten en onze immense rijkdommen, maar ook op de hulp van tal van derde landen wier samenwerking wij zullen aanvaarden wanneer die loyaal is en niet gericht op het opdringen van een of andere politiek.

Zo zal het nieuwe Congo, dat mijn regering gaat opbouwen, een rijk, vrij en welvarend land zijn. Ik vraag ieder van jullie op te houden met de stammentwisten, die ons uitputten en riskeren ons belachelijk te maken in het buitenland.

Ik vraag jullie allemaal voor geen enkel offer terug te deinzen om onze grandioze opdracht tot een goed einde te brengen. De onafhankelijkheid van Congo markeert een beslissende stap naar de bevrijding van het volledige Afrikaanse continent. Onze sterke nationale volksregering zal het geluk in het land brengen.

Ik nodig alle Congolese burgers, mannen, vrouwen en kinderen uit om zich resoluut aan hun taak te wijden om een bloeiende nationale economie tot stand te brengen die onze economische onafhankelijkheid zal verzekeren.

Hulde aan de strijders voor nationale bevrijding!
Lang leve de onafhankelijkheid en Afrikaanse eenheid!
Lang leve het onafhankelijke en soevereine Congo!

Patrice Lumumba, 30 juni 1960

Bron: DeWereldMorgen.be

29
juni
1960

Koning Boudewijn berooft van sabel

Op woensdag 29 juni 1960, rond half vijf in de namiddag, nam Duits fotograaf Robert Lebeck de foto van zijn leven. Een zwarte jongeman rooft onverwachts de sabel van koning Boudewijn en bezegelt daarmee de onafhankelijkheid. De fotograaf zelf ging later op zoek naar deze man, maar hij was spoorloos. Een anonieme voetnoot in de geschiedenis.

Bron: /Geschiedenis

28
juni
1960

Eerste dodelijke ETA-slachtoffer

Volgens gegevens van het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken zou het eerste dodelijke slachtoffer van ETA de 22 maanden jonge baby María Begoña Urroz Ibarrola zijn, als gevolg van collaterale schade, door een bom die op 28 juni 1960 geplaatst werd in het station Amara te San Sebastián. ETA blijft volhouden dat hun eerste slachtoffer Pardines Arcay was.

Bron: De Basken en hun Strijd

27
juni
1960

Van Dodewaard volgt Huibers op als bisschop

Joannes Antonius Eduardus van Dodewaard (Arnhem, 7 juni 1913 – Haarlem, 9 maart 1966) was rooms-katholiek bisschop van het Bisdom Haarlem in de periode 1960-1966.

Mgr. Van Dodewaard werd op 11 juli 1938 tot priester gewijd. Kort daarna ging hij naar Rome om bijbelwetenschappen te studeren. Van 1948–1958 doceerde hij bijbelwetenschappen aan het Grootseminarie te Warmond.

In 1958 werd hij benoemd tot coadjutor van het bisdom Haarlem. Op 27 juni 1960 volgde hij mgr. J.P. Huibers op als bisschop. Van Dodewaard was een voorvechter van de vernieuwing van de kerk door het lekenoverleg. Hij had plannen voor het oprichten van een bisdomsraad waarin hij ook niet-katholieken willen betrekken. Na zijn plotselinge overlijden (52) in 1966 werd hij opgevolgd door T.H.J. Zwartkruis.

Bron: Wikipedia

26
juni
1960

Brits Somaliland onafhankelijk

Brits Somaliland was een kolonie van het Verenigd Koninkrijk in de Hoorn van Afrika. De hoofdstad was Berbera. Naast Brits Somaliland bestond hier ook Frans Somaliland (thans Djibouti) en Italiaans Somaliland (thans Puntland). Brits Somaliland werd in 1960 onafhankelijk.

Het gebied werd rond 1875 veroverd door Egypte dat zich in 1884 terugtrok wegens een conflict in Soedan. In datzelfde jaar vestigde het Verenigd Koninkrijk hier een protectoraat. Het werd aanvankelijk bestuurd als onderdeel van Brits-Indië. Van 1898 tot 1905 werd het gebied bestuurd door het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken (Foreign Office), vanaf 1905 door Koloniale Zaken (Colonial Office). Militair gezien viel het onder het garnizoen van Aden. De Britten noemden het gebied wel “Aden’s butcher’s shop” (”de slagerij van Aden”), omdat het vlees leverde voor het garnizoen in Aden.

Van 1899 tot 1920 voerden de Britten strijd tegen de lokale heerser Mohammed Abdullah Hassan die een opstand was begonnen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog vonden vier expedities plaats tegen Mohammed Abdullah Hassan, die door de Britten The Mad Mullah werd genoemd. Pas na de oorlog lukte het de Britten het verzet te breken. Hierbij werden voor het eerst in Oost-Afrika militaire vliegtuigen ingezet, een tactiek waarmee tijdens de Wereldoorlog ervaring was opgedaan in Frankrijk.

Op 3 augustus 1940 vielen gemechaniseerde Italiaanse troepen het gebied binnen vanuit Italiaans Somaliland. Aan Italiaanse zijde vochten ook afstammelingen mee van de derwish-strijders van Mohammed Abdullah Hassan. De Britse troepen waren geen partij voor de Italiaanse overmacht en op 17 augustus 1940 evacueerden de Britten hun troepen via de haven van Berbera naar Aden. Omdat ze relatief weinig verliezen hadden geleden meende Winston Churchill dat er niet hard genoeg was gevochten. Generaal Archibald Wavell vond het juist een evacuatie volgens het boekje wegens numeriek overwicht van de tegenstander. Hij zou Churchill, onder verwijzing naar de informele naam voor Brits Somaliland, hebben voorgehouden dat een bebloede slagersrekening nog geen bewijs was voor goede tactiek.

In maart 1941 heroverden troepen van het Verenigd Koninkrijk en het Brits Gemenebest het gebied weer (”Operation Appearence”), maar een deel van de Italianen voerde een guerrilla-oorlog tegen de Britten, die tot de zomer van 1942 duurde.

Op 26 juni 1960 werd Brits Somaliland onafhankelijk. Toen Italiaans Somaliland op 1 juli van datzelfde jaar onafhankelijk werd, fuseerden beide staten na een referendum tot Somalië.

In 1991 verklaarde het voormalige Britse Somaliland zich onafhankelijk van Somalië. Het staat sindsdien bekend als Somaliland maar is internationaal nog niet erkend als onafhankelijke staat.

Bron: Wikipedia

25
juni
1960

Hooglede toegetreden tot Koninklijke Belgische Voetbalbond

Op 25 juni 1960 trad FC Eendracht Hooglede toe tot de Koninklijke Belgische Voetbalbond, waar men stamnummer 6352 kreeg toegewezen. De eerste ploeg speelde echter pas in het seizoen 1962/63 voor het eerst in competitie, namelijk in Vierde Provinciale, het allerlaagste niveau. De eerste jaren na de oprichting speelde de kersverse vereniging in het arbeidersverbond.

Bron: Wikipedia

24
juni
1960

Mislukte moordaanslag op Betancourt

Aanhangers van Rafael Trujillo pleegden op 24 juni 1960 een mislukte moordaanslag op Rómulo Betancourt.

Bron: Wikipida

23
juni
1960

Lumumba eerste eerste minister Democratische Republiek Congo

Patrice Emery Lumumba, ook wel geschreven als Loemoemba, (Onalua, 2 juli 1925 – Katanga, 17 januari 1961) was de eerste eerste minister van de Democratische Republiek Congo (Congo-Kinshasa).

Biografie

Hij werd geboren in de Kasaï-provincie van Belgisch-Kongo. Hij studeerde aan een missionarissenschool en werkte in Leopoldstad (het huidige Kinshasa) en Stanleystad (Kisangani) als secretaris en journalist. In 1955 werd Lumumba de lokaal bestuurder van een Congolees handelsvennootschap en trad hij toe tot de Belgische Liberale Partij. Hij werd in 1957 voor verduistering aangehouden en een jaar opgesloten.

MNC

Na zijn vrijlating hielp hij met het oprichten van de Mouvement National Congolais (MNC) in 1958. In 1959 kondigde België een vijfjarenplan aan om te werken aan de onafhankelijkheid van Congo. In december van dat jaar won de MNC de verkiezingen met een overgrote meerderheid, hoewel Lumumba op dat moment opnieuw gearresteerd was, dit keer voor het ophitsen van een menigte.

Een ronde-tafelconferentie in januari 1960 in België besliste dat de onafhankelijkheid zou uitgeroepen worden op 30 juni 1960 en dat er in mei verkiezingen zouden worden georganiseerd. Lumumba en de MNC vormden de eerste regering op 23 juni 1960, met Lumumba als eerste minister en Joseph Kasavubu als president.

Eerste minister

Zijn heerschappij werd gekenmerkt door de politieke onrust toen de provincie Katanga haar onafhankelijkheid uitriep onder Moïse Tsjombe op 11 juli 1960 (waarvoor het de steun van België kreeg). Enkele dagen later riep ook de diamantprovincie Kasaï haar onafhankelijkheid uit (ook met Belgische steun). Ondanks de aanwezigheid van VN-troepen, hield de malaise aan en Lumumba vroeg de Sovjet-Unie om hulp. Lumumba werd door het Westen, dat volop in Koude Oorlog was, ervan verdacht communist te zijn, mede omdat hij de hulp van de Sovjet-Unie had ingeroepen. Daarom spoorde het Westen president Kasavubu aan om zijn eerste minister Lumumba uit zijn ambt te ontslaan, wat Lumumba er uiteindelijk toe leidde om de president te ontslaan, een daad waarvan de wettelijkheid op zijn minst in twijfel kan worden getrokken.

Arrestatie

Op 14 september 1960 pleegde kolonel Joseph Mobutu (later Mobutu Sese Seko) een staatsgreep met de hulp van Kasavubu en kwam zelf aan de macht. Lumumba werd op 1 december 1960 door Mobutu’s troepen gearresteerd. Hij werd gevangengenomen in Port Francqui en geboeid naar Leopoldstad gevlogen.

Mobutu voerde ter verklaring aan dat Lumumba terecht zou staan omdat deze laatste het leger zou hebben opgehitst tot rebellie en andere misdaden. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties Dag Hammarskjöld riep Kasavubu op om Lumumba een eerlijk proces te geven. De USSR beschuldigden Hammarskjöld en het Westen van verantwoordelijkheid voor Lumumba’s aanhouding en eisten zijn vrijlating.

De VN Veiligheidsraad werd bijeengeroepen op 7 december om over de Sovjet-eisen te vergaderen, namelijk dat de VN Lumumba’s onmiddellijke vrijlating zou bewerkstelligen, dat Lumumba opnieuw zijn ambt zou kunnen bekleden, de troepen van Mobutu ontwapend zouden worden én dat alle Belgen onmiddellijk uit Congo geëvacueerd zouden worden. Sovjet-vertegenwoordiger Valerian Zorin weigerde aan de eis van de Verenigde Staten te voldoen dat hij zichzelf ongeschikt zou verklaren als voorzitter van de veiligheidsraad gedurende het debat. Secretaris-generaal Dag Hammarskjöld zei – als antwoord op de Sovjetkritiek op zijn Congo-operaties – dat de VN-troepen zouden worden teruggetrokken uit Congo: “ik vrees dat alles ineen zal storten”.

Als antwoord op een VN-rapport waarin gesteld werd dat Lumumba mishandeld werd door zijn bewakers, dreigde zijn aanhang op 9 december met de arrestatie van alle Belgen en de onthoofding van een aantal ervan, tenzij Lumumba vrijgelaten zou worden binnen de 48 uur.

De dreiging voor de VN-zaak werd nog versterkt door de aankondigingen van voormalig Joegoslavië, de Verenigde Arabische Republiek, Ceylon, Indonesië, Marokko en Guinee dat ze hun troepen die op dat moment in Congo gelegerd waren, zouden terugtrekken. De pro-Lumumba-resolutie die de Sovjets voorstelden werd weggestemd op 14 december met 8 stemmen tegen 2. Op dezelfde dag werd een Westerse resolutie die Hammarskjöld meer macht zou geven met betrekking tot de situatie in Congo door de Sovjet-Unie met een veto tegengehouden.

Vermoord

Lumumba werd vervolgens op 17 januari 1961 uit de militaire gevangenis in Thysstad nabij Leopoldstad weggebracht naar een ‘veiliger’ gevangenis in Jadotstad in Katanga, waardoor hij werd overgeleverd in de handen van zijn vijanden.

Dezelfde nacht zou Lumumba samen met zijn twee kompanen geëxecuteerd zijn in nooit volledig opgehelderde omstandigheden. Zijn lichaam zou volgens sommige versies zijn opgelost in zwavelzuur, en werd nooit gevonden.

In februari 2002 gaf de Belgische overheid toe “onmiskenbare verantwoordelijkheid te hebben gehad in de gebeurtenissen die tot Lumumba’s dood hebben geleid”, al wilde men niet de volledige verantwoordelijkheid opnemen. In juli 2002 werden er door de Verenigde Staten documenten vrijgegeven die de rol van de CIA in de moord op Lumumba onthulden. De CIA zou Lumumba’s tegenstanders gesteund hebben met geld en politieke ondersteuning, en in Mobutu’s geval zelfs met wapens en militaire training.

Aanklacht

Een week voor de officiële herdenking van 50 jaar Congolese onafhankelijkheid dienden de drie zonen van Lumumba, Roland, Guy en François via een aantal Belgische advocaten een aanklacht in tegen een tiental Belgische verdachten voor de moord op hun vader. De tien Belgen worden aangeklaagd op basis van de genocidewet. De advocaat Christophe Marchand zei in dit verband: België heeft de soevereiniteit van Congo toen niet gerespecteerd, waardoor dit een internationaal conflict werd. Lumumba werd van zijn vrijheid beroofd, overgebracht naar Katanga, in het vliegtuig gefolterd en later vermoord. Hij heeft nooit een proces gekregen. Dat zijn stuk voor stuk oorlogsmisdaden, en die verjaren niet. De parlementaire commissie heeft al die feiten vastgesteld, maar daar niet de juridische conclusie uit getrokken. Vandaar onze aanklacht.

Wetenswaardig

Voornamelijk in de periode na de dood van Patrice Lumumba kreeg men in sommige cafés (met name die gespecialiseerd in cocktails) een mix van chocomelk en wodka geserveerd als men om een Patrice Lumumba vroeg. De kleur van de chocomelk is een verwijzing naar de huidskleur van Lumumba, de wodka naar het socialisme dat toentertijd in Rusland (waar wodka oorspronkelijk vandaan komt) zijn hoogtijdagen vierde. Tegenwoordig geniet deze mix-drank vrijwel geen populariteit noch bekendheid meer.

Bron: Wikipedia

22
juni
1960

Wekelijkse rustdag in nering en ambacht

In België voorziet de wet van 22 juni 1960 in een verplichte wekelijkse rustdag voor handelaars en ambachtslieden. Naast de basisprincipes waarop deze wet berust, vind je hierna ook de lijst met gereglementeerde sectoren.

Principes

De wet van 22 juni 1960 voorziet in een wekelijkse rustdag voor de handels- en ambachtelijke sectoren waarvoor één of meer beroepsverenigingen dit gevraagd hebben. Krachtens die wet hebben talrijke sectoren de invoering van een verplichte wekelijkse rustdag gevraagd:

  • slagers; kleinhandelaars in algemene voeding; kleinhandelaars in fruit, groenten en primeurs; vishandelaars; handelaars in wild en gevogelte, traiteur;
  • kleinhandelaars in zuivelproducten;
  • kleinhandelaars in schoenen, schoenherstellers;
  • bloemisten;
  • kleinhandelaars in textielwaren;
  • kappers;
  • juweliers, horlogemakers, goudsmeden;
  • kleinhandelaars in fietsen, bromfietsen en scooters;
  • meubelhandelaars; behangers, stoffeerders, binnenhuisinrichters en –architecten;
  • kleinhandelaars in drogerijen;
  • kleinhandelaars in ijzerwaren;
  • makers van maatpakken;
  • bakkers, banketbakkers;
  • kleinhandelaars in vloeibare brandstoffen voor motorvoertuigen.

Op vraag van één of meer beroepsverenigingen en na gunstig advies van de Hoge Raad voor Zelfstandigen en Kleine en Middelgrote Ondernemingen kan de lijst met de gereglementeerde sectoren gewijzigd worden in het algemeen belang en indien de economische behoeften dit vereisen. In de betrokken sectoren moeten de ondernemingen die rechtstreeks producten verkopen of diensten verlenen waarbij zij in contact komen met klanten, één rustdag per week in acht nemen. Deze verplichting geldt voor alle verkoopplaatsen, met uitzondering van die welke gevestigd zijn aan een autosnelweg. Op de wekelijkse rustdag is het eveneens verboden aan huis te leveren.

Onder rustdag moet een ononderbroken periode van 24 uur worden verstaan die ofwel om 05.00 uur, ofwel om 13.00 uur begint en op hetzelfde uur ‘s anderendaags eindigt. Elke onderneming is vrij om zijn wekelijkse rustdag te kiezen. Indien deze rustdag onmiddellijk aan een wettelijke feestdag voorafgaat, mag hij worden verschoven naar de dag die volgt op deze feestdag. Indien de gekozen dag een andere is dan zondag vanaf 05.00 uur, moet hij bekendgemaakt worden aan het College van burgemeester en schepenen en aangekondigd worden door middel van een aanplakbord met het zegel van de gemeente waarbij aan een aantal voorwaarden qua formaat en opschrift moet worden voldaan. Je kan je hiervoor wenden tot de dienst Bevolking. Indien de gekozen dag een andere is dan zondag vanaf 05 uur, kan die pas na 6 maanden gewijzigd worden.

Bron: Berlare

21
juni
1960

West-Duitse atleet Hary brengt wereldrecord 100m naar 10,0 sec

Op 6 september 1958 loopt Armin Hary in Friedrichshafen voor de eerste maal de 100m in precies 10 seconden. Dit record wordt echter niet erkend, omdat het hoogteverschil van de baan 11 cm blijkt te zijn in plaats van de toegestane 10 cm. Tijdens een atletiekmeeting op 21 juni 1960 in Zürich lukt het hem uiteindelijk wel om officieel in precies 10 seconden te finishen, al wordt pas zijn tweede poging als zodanig erkend. Zijn eerste race wordt door de starter namelijk geannuleerd, nadat deze bekent dat hij de sprinters had moeten terugschieten wegens een valse start van één van de andere deelnemers. De race wordt overgelopen en Hary slaagt erin om de klokken opnieuw stil te laten zetten op de 10,0 uit zijn eerste race.

In de loop der jaren wordt deze tijd na hem nog een aantal maal geëvenaard, maar pas in 1968 door Jim Hines uit de boeken gelopen.

Bron: Wikipedia