Berichten in de categorie 'Techniek'

14
november
1961

1.000.000 televisies verkocht in Nederland

1.000.000 televisies verkocht in Nederland
Op 14 november 1961 kocht de familie Milius in Deventer het 1.000.000ste zwart-wit televisie- toestel van Nederland.

Op 14 november 1961 kocht de familie Milius in Deventer het 1.000.000ste zwart-wit televisietoestel van Nederland.

Bron: vandehakopdetak.nl

9
mei
1961

Koningin Juliana opent de Gerbrandytoren

De Gerbrandytoren of Zendmast Lopik is de 367 meter hoge zendmast voor FM-radio- en TV-uitzendingen te IJsselstein. De toren is in 1965 vernoemd naar oud-minister-president mr. P.S. Gerbrandy, door toedoen van het dispuut N.A.T. van de studentenvereniging S.S.R.U.

De televisietoren werd op 9 mei 1961 geopend door H.M. Koningin Juliana. Toen de mast in dat jaar in gebruik werd genomen, stond de mast in de gemeente Lopik. Na de gemeentelijke herindeling van 1989 behoort het grondgebied waarop de toren staat tot de gemeente IJsselstein (de wijk Zenderpark). Eigenaar NOVEC (destijds: Nozema) gebruikt nog steeds de naam “Lopik” om de toren aan te duiden. In Lopik staat overigens nog wel een andere zendmast. Deze zendmast is van de middengolfzender Lopik.

Constructie

Het bouwwerk bestaat uit een circa 100 meter hoge betonnen toren met daarop een stalen buismast van 259,6 meter. Bovenop de buismast staat nog een antenne waardoor de totale hoogte van de Gerbrandytoren 366,8 meter is. De toren is lange tijd het hoogste bouwwerk van Europa geweest. De totale hoogte was oorspronkelijk 382,5 meter, maar in 1987 werd deze gereduceerd tot 375,7 meter.

De analoge televisiezendantenne met horizontale polarisatie van KPN Broadcast Services op het topje van de zendmast was sinds december 2006 buiten gebruik en is vervangen door een nieuwe antenne voor digitale DVB-T uitzendingen met verticale polarisatie. Naar aanleiding van het succesvol inkorten van de tv-toren Goes heeft een gespecialiseerd helikopterbedrijf op 2 augustus 2007 met een Super Puma helikopter de oude antennes naar beneden gebracht en de nieuwe geplaatst. De oude antenne woog ruim 8000 kilo. Na het plaatsen van de nieuwe antenne is de Gerbrandytoren 9 meter korter, 366,8 meter. Hiermee is de toren nog altijd 43 meter hoger dan de Eiffeltoren.

De toren staat op een fundering van 132 heipalen van 12 meter lengte. Het betonnen deel van de Gerbrandytoren weegt 8000 ton. De binnendiameter van de betonnen toren bedraagt 10,3 meter. De wanddikte van deze betonnen toren is 30 centimeter. Naast trappen is het betonnen deel van de toren voorzien van een lift, waarmee de top van de betonnen toren is te bereiken.

De stalen buismast heeft een diameter van 2 meter en weegt 235 ton. De wanddikte van deze stalen mast varieert tussen de 10 en 14 millimeter. Ook de buismast is voorzien van een (kleine) lift, waarvan het hoogste stoppunt op 335 meter hoogte ligt. De top van de toren is bereikbaar via een steile trap. De toren is op 155, 226, 297 en 350 meter hoogte voorzien van tuidraden. De tuidraden zijn op de grond aan tuiblokken bevestigd. Deze tuiblokken hebben een gewicht van circa 1000 ton elk.

Kerstboom

De toren is goed zichtbaar vanaf de A2, de A12 en de A27. Ook in dorpen en steden rondom IJsselstein is de mast goed te zien, van het Gelderse Haaften tot aan Noord-Holland. Sinds 1992 worden in de kersttijd, als dit financieel haalbaar is, extra tuien bevestigd en voorzien van lampen. De toren is dan de grootste “kerstboom” ter wereld.

Bron: Wikipedia

4
augustus
1960

Eerst missie USS Independence

De USS Independence (designatie: CV-62, eerst CVA-62) was een Forrestalklasse supervliegdekschip van de United States Navy. Het werd eind jaren 1950 gebouwd in New York City.

Na de proefvaart in de Caribische Zee arriveerde de Independence op 30 juni 1959 in de thuisbasis Norfolk in Virginia. Het komende jaar werd verder getraind in de regio. Op 4 augustus 1960 vertrok het schip op een eerste missie naar de Middellandse Zee.

Bron: Wikipedia

22
juli
1960

Eerste vlucht Iris sondeerraket

De eerste vlucht van de Iris sondeerraket vond plaats op 22 juli, 1960 op Wallops Island, Virginia. De start begon met een zeer kort brandende boostercluster met zeven motoren. Nog voor de lanceertoren verlaten was werd de booster al afgestoten. De raket kon een lading van 50Kg naar een hoogte van 320Km brengen.

Bron: webmonteur.nl

28
mei
1960

Dode bij ongeval zweefvliegtuig

Op 28 mei 1960 kreeg de PH-96 Grunau Baby IIa Sn (6/III) een ernstig ongeval. Het kwam in de lucht in botsing met een K-8 de PH-258. Uit de beschikbare gegevens kan worden afgeleid dat het tweetal, thermiekvliegend,  op 900 meter hoogte tegen elkaar is gebotst. De Baby stortte neer waarbij de piloot, Ted v.d. Wal, om het leven kwam. Hoewel de K-8 ernstig beschadigd was – romp ontzet, deel van de vleugelvoorrand weggeslagen, eindlijst gebroken – zag deze piloot, D. H. Levöleger, kans het toestel gecontroleerd aan de grond te krijgen.

Bron: Grunaubaby.nl

26
mei
1960

Convair B-58 Hustler vliegt in recordtijd van New York naar Parijs

Op 10 mei, 1961 werd een eerste record geschreven met de Convair B-58 Hustler. Met de 59-2451 van het 43rd Wing werd een traject van 1073 km gevlogen met een gemiddelde snelheid van 2000 km/u in 30 minuten en 40 seconden. Hiermee won de B-58 de prestigieuze ‘Bleriot Trophy’.

Op 26 mei, 1960 vloog de 59-2451, The Firefly in recordtijd van New York naar de Luchtshow van Parijs (3 uur, 19 minuten, 58 seconden). De bemanning, Major W. Payne, Capt. W. Polhelmus en Capt. R. Wagener mocht de MacKay and Harmon Trophy in ontvangst nemen. De terugvlucht vanaf Le Bourget werd op 3 juni ondernomen door de winnaars van de Bleriot Trophy enkele weken daarvoor, Maj. E. Murphy, Maj. E. Moses en Lt. D. Dickerson. Helaas crashte 59-2451 en kwam de gehele bemanning om.

Bron: Aeropedia

24
mei
1960

Miljoenste telefoonaansluiting in Nederland.

Op dinsdag 24 mei 1960 verricht de PTT in Nederland de miljoenste telefoonaansluiting.

Bron: andreehollander.nl

4
mei
1960

Zandkreekdam voltooid

Korte tijd nadat de kering in de Hollandse IJssel was afgerond, werd begonnen aan de bouw van de Zandkreekdam. Dit was een van de twee dammen die Walcheren, Noord-Beveland en Zuid-Beveland volgens het ‘Drie Eilandenplan’ zouden gaan verbinden.

Speerpunten

De Zandkreekdam kon niet zonder slag of stoot worden geplaatst. Er waren acht punten waarmee men rekening moest houden om de bouw succesvol te maken.

  1. De sluiting van de dam moest bij lage waterstanden plaatsvinden, en bij voorkeur tijdens de periode van ‘doodtij’, het tweemaal per maand optredend getij waarbij het verschil tussen hoogwater en het daaropvolgende laagwater het kleinst is.
  2. De caissons konden niet worden afgezonken bij stroomsnelheden hoger dan 0,8 meter per seconde.
  3. De caissons moesten worden afgezonken met behulp van een kraan, die er voor zorgde dat de caissons niet scheef kwamen te staan.
  4. Nadat een caisson was geplaatst, moest er nog een opzetstuk worden geplaatst. Dat moest gebeuren voordat het hoogwater werd, omdat het caisson zonder opzetstuk NAP + 1 meter was en het hoogwater NAP 1,5 m. Als het opzetstuk niet op tijd geplaatst zou zijn, zou het caisson tijdens het hoogwater overstromen.
  5. Op de dag dat de caissons waren geplaatst, moesten ook het zand en de stenen aan beide zijden van de dam aangebracht worden. Zo werd voorkomen dat de caissons door de getijdewerking zouden gaan schuiven. Het water kon dan wel niet meer over de caissons heen, maar wel er onderdoor.
  6. De voegen tussen de geplaatste caissons moesten worden opgevuld.

Het stromingsgevaar

De Zandkreekdam is 830 meter lang en verbindt Zuid-Beveland met Noord-Beveland, ongeveer tussen Goes en Kortgene. Daarmee scheidt ze de (zoute) Oosterschelde van het (zoete) Veerse Meer. De dam die aan de Noorzeezijde het Veerse Meer afsluit heet de Veersegatdam. De Zandkreekdam was nodig om de bouw van de Veersegatdam mogelijk te maken. Als de Zandkreekdam na de Veersegatdam gebouwd was geweest, dan waren er serieuze problemen door de werking van de getijden ontstaan. Om dat te kunnen begrijpen, moeten we eerst terug naar de caissons. Deze betonnen gedrochten werden een voor een in het te dichten gat geplaatst. Hoe kleiner de ruimte die nog over is, hoe sterker de stroming wordt. Dezelfde hoeveelheid water perst zich namelijk door een steeds kleiner gaatje. De stroming kan daardoor zo sterk worden dat de laatste caissons nauwelijks geplaats kunnen worden. Als de Veersegatdam geplaatst zou worden zonder de Zandkreekdam, dan zou het zeewater ook via de ‘achterkant’ (de Oosterschelde in, via het Veerse Meer, terug de Noordzee in) overlast kunnen bezorgen. Nu de volgorde andersom was, kon het zeewater niet meer via de achterkant van het Veerse Meer naar zee terugstomen. Hierdoor verminderde de stroming bij de bouw van de Veersegatdam aanzienlijk en konden de caissons makkelijker geplaatst worden.

Caissons

Net als veel andere dammen speelde caissons een belangrijke rol bij de bouw van de Zandkreekdam. Een caisson is een enorme betonnen bak die naar de bodem van de zee kan worden afgezonken. De caissons die voor de Zandkreekdam werden gebruikt waren 11 meter lang, 7,5 meter breed en 6 meter hoog. Dat is ongeveer zo groot als een twee-onder-een-kap woning.De caissons werden gemaakt bij het dorpje Kats op Noord-Beveland. De fabricage bleek echter moeilijker dan gedacht. Voornamelijk de wanden van de caissons leverde nogal wat problemen op. Daarom werd besloten om deze onderdelen ergens anders te fabriceren en ze in Kats in elkaar te zetten. Een voor een werden vele caissons naast elkaar geplaatst, zodat geleidelijk een dam ontstond. De caissons kwamen echter niet op de zeebodem zelf te staan. Omdat de bodem het enorme gewicht van het beton niet kon dragen, zou de dam kunnen wegzakken. Voordat de caissons werden geplaatst, was de bodem bedekt met een dikke laag stortsteen. De ruimtes tussen de stenen werd opgevuld met grind en zand, om te voorkomen dat het water door de ‘drempel’ heen zou kunnen stromen. De caissons werden later door een lading zand aan het gezicht onttrokken. In 1960 was de Zandkreekdam voltooid en het Veerse Meer op weg haar naam eer aan te doen.

De afsluiting

De afsluiting van de oostkant van het Veerse Meer door de Zandkreekdam ging als volgt in z’n werk: de geschikte week om de dam te plaatsen werd eind april / begin mei. Eerst werd een holle caisson naar plek gesleept waar het zou worden geplaatst. Op een tijdstip waarop de getijdewerking minimaal was, werd het caisson afgezonken. Op 29 april werd de eerste caisson geplaatst. Op 2 mei volgen er nog zes. Door de sterke stroming konden er op 3 mei slechts vier caissons worden geplaatst. Nadat deze tien caissons geplaatst waren, was er nog een gat van 20 meter over. Deze opening werd gedicht door twee aan elkaar gekoppelde ciassons op 4 mei te laten afzinken. Tijdens het plaatsten werden deze laatste caissons tegen de stroming in gevaren. Gelukkig bleef die steken op 0,75 m/s, anders had de hele operatie afgeblazen moeten worden. De snelheid daalde tot 0,35 m/s en op 4 mei om 8 voor half 3 was de klus geklaard.

Een speciale kraan moest ervoor zorgen dat het caisson loodrecht op de stortstenen zou komen te staan. Nadat de caisson op z’n plaats stond, werd hij gevuld met grote hoeveelheden zand en grind. Extra opzetstukken dienden ervoor om de caissons hoger te maken. Vervolgens werd negen dagen lang zand tegen de caissons aangespoten, zodat ze uiteindelijk geen kant meer opkonden. Per dag kwam er 35.000 kubieke meter zand bij – dat is ongeveer net zoveel als 30 flinke zwembaden vol! Nadat de perszuigers hun werk hadden gedaan, werden een asfaltlaag en een weg aangelegd.

Brug en sluis

Nadat de dam voltooid was, werden een brug en een sluis aangelegd die het voor schepen mogelijk maakte om via het Veerse Meer en het Kanaal door Walcheren Middelburg en Vlissingen te bereiken. Waren deze voorzieningen er niet geweest, dan hadden boten via de Noordzee om de kop van Walcheren heen moeten varen om de Westerschelde te bereiken.

Bron: Deltawerken.com

13
april
1960

Openingsconferentie Syndicat Sidérurgie Maritime

Op 13 april vond de openingsconferentie plaats van een gemeenschappelijk studiesyndicaat, het “Syndicat Sidérurgie Maritime”. Het syndicaat richtte een comité op met vertegenwoordigers van Waalse en Franse staalgroepen. De lokale autoriteiten deden ook hun duit in het zakje: ze besloten om de breedte en diepgang van het kanaal Gent-Terneuzen aan te passen. Het kanaal werd toegankelijk gemaakt voor zeeschepen van het Panamax-type (met een max. lading van 65.000 ton). De site van 211 hectares werd uitgebreid tot 624 hectares.

Bron: ArcelorMittal Gent

1
april
1960

Tiros 1, eerste weersatelliet, succesvol gelanceerd

1 april 1960 – De Television Infrared Observation Satelite werd vanuit Cape Canaveral in Florida gelanceerd. De Tiros 1 was gemaakt om televisiebeelden te maken van weerpatronen om de aarde. Het was de eerste weersatelliet.

De NASA was verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de satelliet en deze eerste weersatelliet was uitgerust met twee zwart-wit camera’s. De testen moesten 93 dagen gaan duren en zodoende een beeld geven van het weer in de ruimte.

De satelliet werd gelanceerd tot een hoogte tussen de 700 en 750 kilometer. De Tiros 1 was minder dan 50 centimeter lang en had een diameter van iets meer dan één meter. Aan boord waren batterijen, die op zonne-energie werkten, geinstalleerd die voor de stroomtoevoer zorgden.

De Tiros 1 bleef uiteindelijk 78 dagen in de ruimte en had in die tijd 22.952 foto’s gemaakt.

Bron: Nieuwsdossier